Een korte uitleg over ADHD.

ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. ADHD komt veel voor bij kinderen en adolescenten, maar kan ook voorkomen bij volwassenen. Ongeveer bij 3 tot 5 procent van de kinderen is er sprake van ADHD. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld vaak moeite met opletten, maar kunnen ook druk en impulsief zijn. Er wordt ook wel gezegd dat er sprake is van een aandachtstekort en/of hyperactief of impulsief gedrag.

Kinderen die een aandachtstekort hebben, hebben vooral moeite met opletten terwijl er bijvoorbeeld andere dingen om hen heen gebeuren. Sommige kinderen maken daarom vaak fouten in hun schoolwerk of vinden het lastig om hun huiswerk af te maken. Daarnaast kunnen kinderen chaotisch overkomen omdat ze soms vergeten waar ze spullen hebben opgeborgen of wat ze allemaal zouden gaan doen.

Kinderen die hyperactief en impulsief zijn kunnen zich voortdurend onrustig voelen. Het is dan lastig om op hun plaats te blijven zitten op school of thuis tijdens het eten. Sommige kinderen moeten constant met hun handen en voeten bewegen of zitten overal aan. Daarnaast kunnen sommige kinderen bijvoorbeeld moeilijk op hun beurt wachten of flappen ze er van alles uit omdat ze het lastig vinden om dingen die in hun hoofd op komen niet direct te zeggen of te doen.

Er worden binnen de diagnose ADHD drie verschillende subtypes onderscheiden. Ten eerste kinderen met het overwegend inattentieve subtype, d.w.z. dat deze kinderen vooral aandachts- en concentratie problemen hebben. Ten tweede kinderen met het overwegend hyperactieve/impulsieve type, d.w.z. dat deze kinderen vooral hyperactief en impulsief zijn. Ten derde kinderen met het gecombineerde type, d.w.z. dat ze zowel aandachtsproblemen hebben als hyperactief en impulsief zijn. Verder zijn er een aantal andere diagnoses die vaak voorkomen bij kinderen met ADHD, bijvoorbeeld dyslexie of andere gedragstoornissen zoals de oppositionele gedragsstoornis.

Achtergrond ADHD.

Uit het onderzoek van de afgelopen jaren wordt het steeds duidelijker dat ADHD grotendeels verklaard wordt door biologische factoren. In eerder onderzoek is gekeken naar erfelijkheid (genetica) en naar het functioneren van de hersenen. ADHD wordt voor ongeveer 80 procent verklaard vanuit erfelijke factoren. Verder lijken de hersenen van mensen met ADHD anders te functioneren dan de hersenen van mensen zonder deze diagnose. Doordat de hersenen van mensen met ADHD anders te lijken functioneren, zien we bij onderzoek bijvoorbeeld dat kinderen met ADHD meer fouten maken bij verschillende taken en dat ze moeite hebben om een in gang gezette handeling te stoppen of om te wachten op een beloning. Ook lijken mensen met ADHD heel wisselend te zijn in hun gedrag. Soms kunnen ze wel goed opletten en kunnen ze wel rustig zijn en soms juist niet. Hoe dit precies komt is nog niet duidelijk.