Voorrangsregels-rijschool-autorijschool-verkleijIn onze huidige verkeer heeft de rijkswaterstaat de verkeer en voorrangsregels in het leven geroepen, zonder deze verkeer en voorrangsregels zouden wij met zijn alle compleet de weg kwijt zijn, met als gevolg vele ongelukken tot aan dode in het verkeer. zo zijn er in de loop der jaren vele voorrangsregels en wetten geschreven en ook aangepast of toegevoegd, zodat we aan de hand van deze verkeer en voorrangsregels richtlijnen niet geheel stuurloos zijn geworden en het verkeer doormiddel van deze voorrangsregels gestroomlijnder zal verlopen. om deze verkeers en voorrangsregels te leren is er een theorie voor ontwikkelt voor alle bestuurders van voertuigen.

Een kleine greep over de verkeersregels en voorrangsregels

Voor bestuurders gelden in Nederland de volgende voorrangsregels:

  • Het overige verkeer moet een voorrangsvoertuig voor laten gaan.
  • Een bestuurder op een voorrangsweg heeft voorrang op bestuurders die de weg naderen.
  • Een bestuurder van rechts op een gelijkwaardig kruispunt heeft voorrang.
  • Een bestuurder die van een onverharde weg komt, moet voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg die voor hem van links en/of rechts komen.
  • Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor op afslaand verkeer op die weg.
  • Afslaande bestuurder die een korte bocht maakt (dus rechtsaf), gaat voor op de afslaande bestuurder die een lange bocht maakt (dus linksaf).
  • Bij bijzondere manoeuvres, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen, moet een bestuurder alle verkeer (ook voetgangers) voor laten gaan.
  • Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan. Dat geldt niet voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne.
  • Bestuurders moeten blinden, voorzien van een witte stok met een of meer rode ringen, en overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan.
  • Een autobus die met richtingwijzer aangeeft dat hij van een bushalte wil wegrijden heeft voorrang op alle verkeer, zowel achteropkomend als tegemoetkomend. Deze regel geldt alleen binnen de bebouwde kom.

Algemene voorrangsregels:

Tram
Trams hebben voorrang op bestuurders en op gelijkwaardige kruispunten op alle verkeer. Verkeer op een voorrangsweg of -kruising heeft echter voorrang op trams die van links of rechts de voorrangsweg of kruising naderen.

Trein
Een trein heeft altijd voorrang op overige weggebruikers. Het maakt hierbij niet uit hoe en of de spoorwegovergang beveiligd is.

Voetgangers
Voetgangers zijn geen bestuurders maar behoren wel tot het verkeer. Voetgangers doen niet mee in de voorrang. Voorrang verlenen is namelijk iets wat alleen geldt voor bestuurders onderling.
De regel rechtdoor op dezelfde weg gaat voor geldt ook voor voetgangers in hun relatie met het overige verkeer. Op een erf mogen voetgangers de gehele weg gebruiken, maar het andere verkeer is niet verplicht de voetgangers voor te laten gaan. Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren moeten voetgangers voor laten gaan.

Overige regels

  • Een militaire colonne mag op kruisingen van gelijkwaardige wegen niet worden doorsneden.
  • Een rouwstoet mag op kruisingen van gelijkwaardige wegen niet worden doorsneden. Tot de rouwstoet behorende voertuigen zijn herkenbaar aan twee op het voertuig aangebrachte zwarte vlaggen in de vorm van een gelijkbenige driehoek.
  • Bestuurders die een wegversmalling naderen met verkeersbord F5 (richting a) moeten verkeer (inclusief voetgangers) uit de tegengestelde richting voor laten gaan. Verkeer van de andere zijde (verkeersbord F6, richting b) heeft recht op vrije doorgang. Voetgangers uit richting a hoeven zich hier niet aan te houden.

Rotonde
Op een rotonde geldt in principe dat verkeer van rechts voorrang heeft. In de praktijk is meestal met verkeersborden of verkeerstekens op het wegdek aangegeven dat het verkeer op de rotonde voorrang heeft op de naderende wegen. Ligt er naast de rotonde een fietspad of fiets/bromfietspad, dan kan dat pad binnen of buiten de voorrang liggen. Ligt het pad buiten de voorrang, dan geldt niet de regel dat rechtdoor op dezelfde weg voorgaat, met andere woorden: een auto die de rotonde verlaat heeft voorrang op een fietser die de rotonde vervolgt.

Veranderde voorrangsregels
Vanaf de Duitse bezetting (1940) tot mei 2001 moest langzaam verkeer (fietsers en bromfietsers) voorrang verlenen aan snelverkeer.

  • Tot 1991 bestond de categorie B-weg.
  • Tot 1991 was de ziekenauto nog geen voorrangsvoertuig.
  • Tot 1991 had een uitvaartstoet dezelfde voorrechten als een militaire colonne.